Het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van Verkeer en Waterstaat wordt steeds meer een strategische partner in het netwerk van crisisbeheersing binnen de overheid. Het veranderende nationale en internationale veiligheidsbeeld en de kritische houding van de samenleving ten opzichte van het overheidsoptreden bij calamiteiten, stellen steeds hogere eisen aan de crisisbeheersing van de overheid. Een effectieve en efficiënte crisisorganisatie moet ervoor zorgen dat de gevolgen van crisissituaties voor de samenleving zo beperkt mogelijk blijven. Het DCC-VenW geeft invulling aan die opdracht via zijn Beleidsplan 2005-2008. Een bredere visie op veiligheidsvraagstukken, meer investeren in netwerkmanagement en een intensief opleidings- en oefenbeleid zijn de belangrijkste speerpunten in de koers van het DCC-VenW. Hoofddoel van het beleid is te bereiken dat crisisbeheersing een integraal deel wordt van alle werkprocessen binnen Verkeer en Waterstaat. Van de departementale top tot in de haarvaten van de organisatie.
In de eerste jaren van zijn bestaan was het DCC-VenW vooral actief met het structureel vormgeven van de organisatie van crisisbeheersing binnen Verkeer en Waterstaat. De focus lag daarbij op het operationele proces van het DCC-VenW. De afgelopen vijf jaar heeft het management van DCC-VenW geïnvesteerd in uitbreiding van de personele capaciteit, waardoor de continuïteit van crisisbeheersing is vergroot. Vier crisismanagers zorgen bij toerbeurt voor 24-uurs bereikbaarheid van het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing. Zij zijn voor de partners binnen en buiten het departement het eerste aanspreekpunt bij crisissituaties. Op grond van binnenkomende informatie besluit de dienstdoende crisismanager om de organisatie van het DCC-VenW al dan niet verder op te schalen. Tevens is hij de spin in het web voor alle inkomende en uitgaande informatiestromen.
Op preparatiegebied heeft elk van de vier crisismanagers één of meer beleidsterreinen van VenW in zijn portefeuille: Zeescheepvaart, havens en Noordzee, Wegvervoer, Luchtvaart, Weer, Waterkwaliteit, Waterkwantiteit, Binnenvaart en Spoor. Operationeel zijn zij echter op alle taakvelden inzetbaar.
Naast de personele uitbreiding gericht op de responsfase, is ook een beleidsmedewerker proactie-preventie werkzaam bij het DCC-VenW. Deze functionaris heeft de taak risico's en bedreigingen op de beleidsterreinen van Verkeer en Waterstaat in kaart te brengen en op basis van die risicoanalyse scenario's te ontwikkelen. Daardoor kan adequaat invulling worden gegeven aan het ontwikkelen van duurzaam crisisbeheersingsbeleid. Het beperken van de risico's voor de vitale infrastructuur in Nederland en het beperken van de effecten van calamiteiten wordt een steeds belangrijkere taak voor de overheid. Het beleid van het DCC-VenW is erop gericht om de verantwoordelijkheden van het ministerie van VenW op dit gebied zo goed mogelijk te waarborgen.
Het centrale uitgangspunt achter de organisatie van crisismanagement binnen Verkeer en Waterstaat luidt: 'Crisismanagement is netwerkmanagement'. Effectief crisismanagement begint bij kennen en gekend worden. Het DCC-VenW kan zijn functie ten behoeve van de organisatie van crisismanagement alleen goed vervullen als alle partners weten wat de functie, taken en verantwoordelijkheden van het DCC zijn. Dat geldt voor de departementale top, de afzonderlijke directoraten-generaal, de Inspectie VenW, de Directie Communicatie, de Hoofd Directie Juridische Zaken en de regionale en landelijke diensten van Rijkswaterstaat, maar even goed voor de talrijke externe partners waarmee wordt samengewerkt om het crisisbeheersingsbeleid uit te voeren. Zoals de andere departementen, waterschappen, havendiensten en de veiligheidsregio's. De afgelopen vijf jaar is veel energie besteed aan het verder uitbouwen en verdiepen van de netwerkrelaties binnen VenW en met publieke en private partners.
De rol van het DCC-VenW is hierbij vooral faciliterend en voorwaardenscheppend. Veel taken op het gebied van crisisbeheersing worden uitgevoerd in de lijnorganisatie van Rijkswaterstaat op regionaal niveau en bij landelijke diensten, maar ook bij andere externe partners. Het DCC-VenW heeft wel een sturende rol in het verloop van het crisismanagementproces binnen dit brede netwerk. Het zorgen voor een optimale informatie-uitwisseling en een heldere afbakening van taken en verantwoordelijkheden in overleg met alle partners is een van de belangrijkste opgaven voor het DCC.
De invoering van de veiligheidsregio's verandert ook het externe netwerk van DCC-VenW in het land. "Als we een goede crisisbeheersingspartner voor de veiligheidsregio's willen zijn, is het belangrijk dat we de voor ons relevante functionarissen in de regio's kennen en dat we weten wat we voor elkaar kunnen betekenen", stelt Gerard Laanen, hoofd DCC-VenW. "Politieke en bestuurlijke antennes in de regio's zijn voor ons heel belangrijk. Die zitten binnen de regionale directies en de landelijke diensten van Rijkswaterstaat. Bij elkaar beschikken we op die niveaus over ruim aantal opgeleide en getrainde crisiscoördinatoren. Zij houden de oren en ogen die ons netwerk in de gaten houden, weten wat er leeft en weten wat de behoeften in die niveaus van de VenW-organisatie zijn. De regionale crisiscoördinatoren zijn ook het directe aanspreekpunt voor de veiligheidsregio's bij incidenten en calamiteiten die raakvlakken hebben met het beleidsterrein van VenW. Snelle en adequate informatie-uitwisseling tussen alle samenwerkingspartners, zowel intern als extern, is een belangrijk aandachtspunt voor DCC-VenW."
Het netwerkmanagement rond crisisbeheersing en veiligheid houdt niet op bij de landsgrenzen. Die internationale focus is vooral na 11 september 2001 sterk in betekenis toegenomen. Op 'de dag dat de wereld veranderde' werd duidelijk dat ook gebeurtenissen ver weg grote consequenties kunnen hebben voor de nationale veiligheid. In de moderne 'mobiele' samenleving, grijpen processen van personenverkeer, goederenvervoer, internationale handel, telecommunicatie en informatievoorziening, nationaal en internationaal dermate in elkaar dat een brede visie op veiligheid en crisisbeheersing nodig is om de risico's voor de samenleving en de vitale infrastructuur goed te kunnen beheersen.
"Dat vraagt in sterke mate vooruitkijken, anticiperen, scenario's ontwikkelen en intensieve samenwerking tussen de verschillende betrokken ministeries, tussen overheid en bedrijfsleven, maar ook tussen overheden in internationaal verband", aldus Gerard Laanen. "We hebben dan ook veelvuldig overleg met partnerorganisaties in het buitenland, vooral met het doel om van elkaar te leren. Hoe pakken zij de veiligheidsvraagstukken aan die ook op ons bordje liggen? Hoe kunnen we elkaar ten dienste zijn met kennis en expertise? In dat verband hebben we bijvoorbeeld regelmatig contact met organisaties als de Amerikaanse Transportation Security Administration, onderdeel van het Department of Homeland Security. We nemen kennis van de manier waarop zij hun crisismanagementstructuur op de beleidsterreinen binnenlandse zaken en verkeer en vervoer hebben vormgegeven en bekijken we of wij iets van die organisatiestructuren kunnen leren."
De moderne en bredere kijk op crisisbeheersing en veiligheid betekent dat de overheid zich sterker dan vroeger rekenschap moet geven van risico's die de samenleving en de vitale infrastructuur kunnen bedreigen. Vooruitdenken en vooruitplannen; het is de boodschap die de nationale rampenvoorlichtingscampagne de burger voorhoudt, om zo de samenleving beter op crisissituaties voor te bereiden. Maar dezelfde boodschap is voor de overheid zelf nog veel belangrijker, want in crisistijd verwacht de samenleving een topprestatie van iedere overheidsdienst die een taak heeft op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Risico's in de samenleving worden daarom zowel op landelijk als regionaal niveau meer gestructureerd in kaart gebracht, zodat de bestuurlijke en operationele kolommen zich qua organisatie beter op crisissituaties kunnen voorbereiden.
Een goed voorbeeld van het scenariodenken in crisisbeheersing is de overheidsbrede inspanning inzake de voorbereiding op overstromingsrampen. In 2006 is naar aanleiding van de gevolgen van orkaan Katrina in New Orleans een overheidsprogramma van start gegaan onder de noemer 'Worst Credible Floods'. Vertaald: wat is de grootst mogelijke overstroming die in Nederland geloofwaardig is als een primaire waterkering faalt? Het DCC-VenW ondersteunt onder andere de Taskforce Management Overstromingen (TMO) die zich met de scenario-ontwikkeling en planvorming bezighoudt. In het najaar van 2007 zal het ministerie van VenW twee interne oefeningen organiseren, ter voorbereiding op een overheidsbrede landelijke oefenweek rond het ramptype overstroming, die voor november 2008 is gepland.
Gerard Laanen: "In de scenario's die worden ontwikkeld, komen onder andere vragen aan de orde over de bescherming van vitale infrastructuur en de uitvoering van grootschalige evacuaties. Wat betekent het bijvoorbeeld als we anderhalf miljoen mensen moeten evacueren uit een bedreigd deel van de provincie Zuid-Holland? Is de infrastructuur daar wel op berekend? Zo'n scenario raakt alle beleidsterreinen van Verkeer en Waterstaat."
Een brede kijk op veiligheid betekent ook het leggen van dwarsverbanden. Zowel tussen de verschillende beleidsterreinen binnen VenW als tussen overheden onderling en met het bedrijfsleven. Maar ook dwarsverbanden tussen inhoudelijk verschillende aandachtsgebieden. "Voorheen waren crisisbeheersing, safety en security in sterke mate gescheiden aandachtsvelden", legt Gerard Laanen uit. "Het veranderde veiligheids- en dreigingsbeeld in de wereld maakt het echter noodzakelijk die drie terreinen veel meer vanuit een integraal perspectief te benaderen. Het beveiligingsbeleid rond gevoelige logistieke processen, zoals de luchtvaart en de chemische industrie, bepaalt immers in belangrijke mate de kwetsbaarheid van die bedrijfsprocessen voor bijvoorbeeld terroristische aanslagen. In nauwe samenwerking met onze netwerkpartners op het gebied van onder andere luchtvaart en scheepvaart proberen wij daarom ook zoveel mogelijk integrale veiligheidsvisies voor de vitale infrastructuur te ontwikkelen. Ook moeten we vanuit het oogpunt van effectiviteit kijken in hoeverre scenario's en instrumenten voor crisisbeheersing een grotere reikwijdte kunnen krijgen. Neem nu bijvoorbeeld het alerteringssysteem voor terrorisme. Zo'n systematiek zou ook heel goed kunnen werken voor andere typen dreigingen, zoals natuurrampen. De combinatie van het Weeralarm en het Verkeersalarm, die op 18 januari 2007 voor het eerst in de praktijk is uitgegeven, is een voorbeeld van slim verbanden leggen om de samenleving beter te waarschuwen. Daar dragen wij ons steentje aan bij."
Het belangrijkste beleidsuitgangspunt voor DCC-VenW is volgens Laanen dat crisisbeheersing niet als een taakveld op zichzelf wordt gezien, maar als een logisch onderdeel van alle werkprocessen binnen Verkeer en Waterstaat; 24 uur per dag en 365 dagen per jaar. Niet denken in aparte taakvelden maar in integrale veiligheidsvisies. Niet denken in kolommen en gescheiden verantwoordelijkheden, maar over de muren van je eigen organisatie willen en kunnen kijken en samen met de netwerkpartners vanuit één centraal maatschappelijk belang de veiligheidsvraagstukken oppakken: betere risicobeheersing en een efficiënt en effectief overheidsoptreden in crisistijd. Daar is de centrale koers van DCC-VenW op gericht. Door actief mee te denken en mee te kijken naar het risicobeleid op alle beleidsterreinen van het ministerie, door anderen te stimuleren, te motiveren en te ondersteunen.
DCC-VenW heeft opleiden en oefenen tot een zwaar beleidsspeerpunt bestempeld. Het Beleidsplan Opleiden en Oefenen 2005-2008 is de basis waarop de oefenplanning voor de hele crisismanagementorganisatie van VenW is gebaseerd. Jaarlijks worden zo'n 60 tot 70 oefeningen georganiseerd om de organisatie scherp en paraat te houden en om persoonlijke en groepscompetenties van de functionarissen te toetsen. Op deze wijze moet de kwaliteit van crisismanagement duurzaam worden geborgd.
Oefeningen worden op vier niveaus georganiseerd:
In het Beleidsplan Opleiden en Oefenen is een vierjarige cyclus beschreven, waarin de kennis en vaardigheden van de medewerkers ieder jaar op een hoger level worden getoetst. In het eerste jaar staan de persoonlijke competenties centraal. In het tweede jaar volgen de groepscompetenties, bijvoorbeeld via een beleidsteamoefening op regionaal niveau. Het derde jaar worden beide oefendoelen gecombineerd. In het vierde jaar tenslotte staat een complete multidisciplinaire ketenoefening op het programma, in samenwerking met interne en externe netwerkpartners. Zo worden stapsgewijs kennis en vaardigheden opgebouwd, via oefeningen rond crisisscenario's op alle beleidsterreinen.
Ook de kernbezetting van het DCC-VenW zelf oefent met grote regelmaat, gemiddeld 6 tot 7 keer per jaar. Centraal bij die oefeningen staat het anticiperen op de ontwikkeling van een incident. Hoe zal de situatie er over enige uren uitzien en welke beslissingen moeten nu worden genomen, om straks niet bij de feiten achter te lopen? Ook de operationele informatie-overdracht tussen de betrokken partners is een belangrijk oefendoel. Want adequate besluitvorming steunt vooral op adequate informatievoorziening en op het adequaat delen van informatie.
Voor dat delen van informatie beschikt DCC-VenW over een krachtig informatiesysteem, Infraweb genaamd. Oorspronkelijk ontworpen voor de 'natte sector' van Rijkswaterstaat maar inmiddels ook al door diverse andere VenW-onderdelen toegepast. Infraweb wordt stapsgewijs verder doorontwikkeld en ingevoerd in de organisatie van VenW en zal voor de informatievoorziening rond veiligheid en crisismanagement een strategisch medium worden.
Om zijn rol en taken op het gebied van crisismanagement op ieder moment professioneel te kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat de kennis en de kwaliteit van de crisismanagementstructuur duurzaam worden geborgd. Naast strategische beleidsdocumenten zoals het Departementaal Handboek Crisisbesluitvorming en het Beleidsplan Opleiden en Oefenen, zijn de werkwijzen en processen voor de verschillende fasen van crisisbeheersing vastgelegd in procedures en checklists. Hierdoor kan de organisatie te allen tijde gestructureerd werken en wordt een goede waarborg geboden voor het volgen van de juiste processen en procedures voor ieder denkbaar crisisscenario.